E-Control : Elektrische | Gas | EPC | Lift
Forgot your your password?

1. De aarding (AREI art. 28 – 71 – 86)

Voor wat de aarding van een huis betreft, worden volgende onderscheiden gemaakt:

  1. De aardingslus (voor woningen gebouwd > 1981)
  2. Aardingspennen (piketten) (voor woningen gebouwd <1981), bij renovaties of woningen gebouwd op een zwevende betonplaat.

Aardingslus

Plaatsing:

De aardingslus is verplicht bij elke nieuw gebouw dat gebouwd is op funderingen (op ≥ 60cm diepte)

De aardingslus wordt geplaatst op minimum 60 cm onder het maaiveld en moet rond het volledige gebouw geplaatst zijn.

De lus wordt in een groef gelegd onder de funderingsplaat (zool) doch zonder contact te hebben met het beton.

De beide uiteinden van de lus dienen bereikbaar te blijven.

Sectie, soorten:
  • 35mm2 koper
  • Of 10mm2 koper met verlode mantel
  • Of 35mm2 geweven koper

Aardingspiketten, baren, pennen

Een aardingspiket van ≥ 1,5 m lang wordt schuin of verticaal inde grond gedreven met een minimum diepte van 2,1m. Meerdere aardpiketten kunnen in parallel geplaatst worden op voldoende afstand van elkaar.

De aarding baren kunnen op elkaar geslagen worden (Ø ≥ 14mm Cu of verkoperd staal).

Dit gebeurt d.m.v. de aardgeleider met een doorsnede van:

  • 16 mm2 koper met bekleding tegen corrosie
  • 25 mm2 koperdoorsnede in andere gevallen
  • 50 mm2 alu of staal

Waarde: (AREI art. 86)

De spreidingsweerstand in huishoudelijke installaties mag principieel niet groter zijn dan 30 Ohm, indien deze waarde overschreden wordt (max 100 Ohm), dienen er bijkomende differentieelstroominrichtingen geplaatst te worden.

Enkele belangrijke onderdelen en begrippen (AREI art. 28.02)

De aardingsonderbreker of scheidingsstrip

De elektrische aardinstallatie moet kunnen gescheiden worden. Dit gebeurt d.m.v. een aardingsonderbreker. Dit is een scheidingsstrip die met mechanisch gereedschap dient geopend te worden en bestaat uit verkoperd metaal.

Er bestaan verschillende uitvoeringen in.

De aardgeleider

Dit is de verbinding tussen de aardingspen (piket) en de hoofdaardingsklem waarbij de aardingsonderbreker deel vanuit maakt.

De sectie van deze geleider dient minimum 16mm2 te zijn indien deze corrosiebestendig is.

De beschermingsgeleider

De beschermingsgeleider dient evenals de aardgeleider de geel/groene kleur te bezitten en mag niet als stroomvoerende geleider gebruikt worden.

Die beschermingsgeleider dient in elke leiding of buis voorzien te worden, behalve indien deze buizen of leidingen eindigen op een schakelaar.

Toestellen op zeer lage veiligheidsspanning dienen tevens niet voorzien te worden van een beschermingsgeleider.

De sectie van deze beschermingsgeleider is afhankelijk van de toepassing:

  • Beschermingsgeleider eindigend in een stopcontact = 2.5mm2
  • Eindigend in een gemengde kring = 2.5mm2
  • Beschermingsgeleider eindigend in een lichtpunt = 1.5mm2
  • Hoofdbeschermingsgeleider = 6mm2 of 10mm2 (afh. van de sectie van de voedingskabel)