E-Control : Elektrische | Gas | EPC | Lift
Forgot your your password?

5. Leidingen (AREI art. 5 – 7 – 9.02 – 117 -202 – 214)

Eigenschappen / kenmerken

De doorsnede van de leidingen moet steeds ifv het voorziene vermogen gekozen worden;

Soepele geleiders moeten voorzien worden van een kabelhuls;

Soepele geleiders mogen niet gebruikt worden voor vaste installaties;

Leidingen moeten op voldoende afstand verwijderd zijn van water- en gasleiding;

Leidingen worden gekenmerkt door de Belgische of Cenelec- code;

We hebben enkele- en dubbel geïsoleerde leidingen;

Leidingen moeten volgens de regels van goed vakmanschap bevestigd worden;

Minimumdoorsnede (AREI art. 198)

Definieer leidingen in dit geval. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen GELEIDERS en kabels (AREI art. 142).

Plaatsingswijze van kabels niet beschermd door een buis (AREI art. 214)

* mogen verzonken worden in wanden, vloeren en plafonds, voor zover ze bedekt worden met een laag beton of cement van min. 3cm of bepleistering van min. 4mm.

Opgelet:

  • Metalen buizen en VFVB/ XFVB mogen niet in badkamers gebruikt worden.
  • Er mogen geen verbindingen van draden in buizen gemaakt worden.

Enkele symbolen (AREI art. 269)

 

Kleurencodes (AREI art. 199)

Blauw = Nulgeleider

Geel- groen = Aarding

Geel = VERBODEN

Groen = VERBODEN

Indien er geen nulgeleider is, mag de blauwe geleider als fasegeleider gebruikt worden. (bijvoorbeeld: 3x 230V)