E-Control : Elektrische | Gas | EPC | Lift
Forgot your your password?

6. Stopcontacten (art. 86)

Eigenschappen / kenmerken

Het aantal enkelvoudige of meervoudige stopcontacten is beperkt tot 8 /stroombaan.

Gemengde stroombanen mogen zowel contactdozen als verlichtingstoestellen voeden. De voorschriften van toepassing op deze stroombanen zijn deze betreffende de voedingsstroombanen van contactdozen waarbij elk verlichtingstoestel gelijkgesteld wordt met een contactdoos. (dus 2,5mm2 uitvoering en max. 8 aftakpunten)

Alle stopcontacten dienen voorzien te worden met een pin aarding.

Stopcontacten dienen voorzien te zijn van kinderveiligheid of equivalent.

Stopcontacten dienen geplaatst te worden op min 15 cm boven de vloer, voor vochtige ruimten wordt dit min 25cm, behalve indien ze ingebouwd zijn in de daarvoor bestemde plinten.

De min sectie van de aders is 2.5mm2.

Stopcontacten met randaarde zijn toegestaan indien ze in vaste toestellen zijn voorzien door de fabrikant.

Stopcontacten voor ZLVS mogen geen aarding hebben.

Die met een min stroomsterkte ≥ 32 A moeten voorzien zijn van een mechanische of elektrische vergrendeling.

 

Kleuren indien CEE

  • Paars: 24V
  • Blauw: 230 V – 1x 400V+N
  • Rood: 3x 400V+N

 

Enkele symbolen (AERI art. 269)